Posted by Barbara van der Dussen on Dec 20, 2010 in
verhaal

Het begon vrijdagmiddag, toen Annemijn haar mobieltje ACHTER ons gasfornuis liet vallen, in een gezamenlijke zoektocht naar de verdwenen kaasschaaf. Toen MOEST ik de boel wel van zijn plek halen en schoonmaken onder het linker aanrechtblad…
Ik ben druk in de weer geweest met het weggooien van potjes met verlopen datum en alles uit te soppen, toen ik ineens mijn hart voelde overslaan; 1 van de 4 slagen miste ik gewoon! Meteen gestopt en gaan zitten en tegen lennert en Annemijn gezegd. Ik vond het toen alleen nog maar vreemd, maar de chirurg had natuurlijk gezegd dat ik de eerste tijd na de ablatie meer last van overslagen zou gaan hebben. Wel vreemd dat dat pas 4 week na die ingreep was, maar goed.
Het bleef alleen aanhouden. Meer dan een uur! Ik werd er doodmoe van en werd er kortademig van en kon met moeite praten.
Toen zakte het af, en we zijn gewoon met de familie uit eten geweest, ik heb niets meer gemerkt!
De volgende dag stond ik te koken (hachee met rooie kool en een kwarktaart voor mijn oma) toen ik het ineens weer kreeg! (Zou ik allergisch voor de keuken zijn?)
Ik heb Johan gevraagd of hij het af kon maken, want ik moest op de bank. Ik sloeg weer 1 op de 4 hartslagen over.
Dit is een paar uur zo doorgegaan, ik werd er nogmaals doodmoe van.
Die nacht van zaterdag op zondag heb ik slecht geslapen door de hartoverslagen, en ik ben ’s ochtends stikchagrijnig opgestaan omdat ik zo’n last had. Ook meende ik weer te hebben gevoeld dat ik dat rammelen (boezemfibrileren?) weer voelde, waarvoor ik toch was geholpen? Ik zag mezelf al weer in het ziekenhuis met diezelfde rotbehandeling liggen…
Na wat getwijfel heb ik toch de huisartsenpost maar gebeld, en uitgelegd. Normaal word je teruggebeld, maar ik werd doorverbonden.
Ik kreeg een deskundige aan de telefoon die mij met spoed een dokter zou sturen. Ik schrok en zei “is het zo ernstig?” toen zei ze; “niet met lichten en sirenes hoor”.
Ik ben me kapot geschrokken en we hebben drie kwartier op de bank zitten wachten. Toen belde de huisarts zelf op. Ze zat in Delfzijl en had daar nog twee visites en vond zelf dat het verhaal niet zo ernstig klonk dat ze die moest onderbreken om naar mij toe te komen. Goed, dat klonk al beter.
Ruim twee-en-een-half uur later kwam ze. Een aardig mens, maar mijn hartkloppingen waren net wat afgezwakt. Voor het eerst die dag! Ze heeft dus niets kunnen vaststellen. Ze overlegde met ons, wat ik wilde, ik moest eigenlijk wel even gezien worden. Nou, zij bellen met het UMCG en dan is het protocollair dat ik met de ambulance moest. MET zwaailichten.

Ik ben snel wat gaan inpakken, omdat de kans wel groot was dat ik een nacht zou moeten blijven.
Ik heb snel mijn moeder en Mir kunnen bellen, toen ik Aafke belde stonden ze al met lichten voor de deur.
Het waren erg aardige broeders, die mij niets lieten bepalen “ik ben de baas”. Ik heb me overgegeven en ben bij de voordeur (buiten) op de brancard gestapt (terwijl de buurman van no 3 bij ons binnen was en de buurman van no 5 voor het raam stond; ik heb even naar hem gezwaaid). De buurman van no 9 kwam Johan succes wensen toen hij wegging) en liet me over de ijsvlaktes de ambulance inrijden.
Eigenlijk was ik toen al een stuk geruster, omdat ik in goede handen was. Ik werd meteen aan de monitor gekoppeld en kreeg een infuus, een zuurstofmeter aan mijn vinger en een bloeddrukmeter om mijn arm. De papieren werden ingevuld en pas toen dat allemaal gebeurd was gingen we rijden. Johan achter ons aan (met grote schrik weer).
Ik had minder last dan ’s middags, maar moest aangeven wanneer ik iets voelde. Ik gaf ze aan en de man keek mee op de monitor en was verbaasd dat ik ze allemaal voelde. Ik heb kennelijk erg “last” van die overslagen, waar andere mensen ze niet eens voelen. Ik had ze de hele weg zo 1 in de 20 slagen. Gepraat met de man, en hij wilde me toch aanraden om professioneel met iemand te gaan praten. Geen therapie, maar praten. Omdat ik wel erg veel heb meegemaakt de laatste tijd.
Ik heb de hele weg liggen schudden. Eerst van de koud, maar later toch gewoon van de spanning.
Ik werd de eerste hulp ingereden, en toen ik achter een gordijntje verdween en op een ander bed moest overstappen kwam Johan al binnen.
Ik werd aangekoppeld, er werden 5 buizen bloed afgenomen en de cardioloog kwam kijken. Hij heeft het hele verhaal ook weer aangehoord en de papieren van mijn eigen cardioloog erbij gehad, en heeft me onderzocht. Hij is een paar keer bij ons geweest, en uiteindelijk is zijn conclusie geweest; de ablabie is geslaagd. Die was namelijk enkel voor het wegbranden van een elektrisch geleideweggetje dat zorgde voor de hartslagen van 180-230 per minuut!
Het heeft NIETS met het boezemfibrileren te maken. Sterker nog, de laatste keer dat hij langskwam wilde hij weten wie me daarover verteld had, want het staat nergens in de papieren. Ik heb het gehoord op de afdeling waar ik lag (weet niet meer van wie) maar ik moet de term maar niet meer noemen, omdat hij het ook niet heeft kunnen bewijzen. Als ik het woord “boezemfibrileren” noem als ik me niet lekker voel, dan behandelen ze me toch anders dan dat ik behandeld dien te worden!
Hij kon duidelijk aan de EEG (twee meter papier; er werden inderdaad 3 overslagen gevangen die om de 4 slagen waren!)) en de monitor zien dat het overslagen waren die vanuit de kamers kwamen. Vooralsnog niet vanuit de boezems. (ik heb al weer een heleboel vragen voor mijn eigen cardioloog).
En die overslagen zijn gewoon de “normale” overslagen die ik al mijn hele leven heb. Waarom ik er nu dan ineens zo veel heb is een raadsel, het kan getriggerd worden door koffie (elk mens heeft een paar overslagen direct na een kop koffie) of alcohol. En dat glas wijn van mij; ik moet er volgens hem misschien weer aan wennen… Het mag dus wel gewoon.
Hij raadde me de bètablokkers die ik had aan. Ik heb gezegd dat ik daar niet zo lekker op reageerde, omdat ik er moe en lam en zo van werd, dus nu heb ik iets anders, dat vergelijkbaar werkt. Maar als ze niet bevallen mag ik ze zo weer laten staan, omdat ik het niet “nodig” heb! Het is alleen erg vervelend die overslagen. Hij vertelde dat er mensen zijn die er HONDERDDUIZEND per dag hebben! Om de slag! En dat kan dan inderdaad wel schadelijk zij voor je hart. De cardioloog Zei dat het bij mij goed afliep; een storm in een glas water….
De bloeduitslagen waren kennelijk ook allemaal goed, en ik mocht weer naar huis.
<zucht>
Ik heb vannacht veel beter geslapen dan gisternacht, ondanks dat ik nog “gewoon” last heb! Nu weer iets meer dan vanochtend, ik heb net mijn poeders en pillen genomen. Wel lastig dat ik deze pillen eerst 3 maal daags moet nemen, maar ik wil het wel zeker proberen!
Posted by Barbara van der Dussen on Nov 21, 2010 in
verhaal

Klaarmaken
Rond twee uur werd ik in mijn blauwe operatiehemd met bed en al de afdeling afgerold, met valium in mijn lijf, en via allemaal sluipgangetjes naar de afdeling hartkatheterisatie gebracht.
Ik was met het aantrekken van het hemd bloednerveus ineens, wat ik daarvoor niet had, omdat je op een afdeling ligt met een heleboel (oude) patiënten met open hart operaties, nieuwe kleppen en weetik wat voor ernstigs nog meer. Bovendien ben je de hele dag bezig met dat hart (en controles), dat is beter dan thuis onzeker zitten te wachten.
Ik werd in een halletje gelegd omdat ze me wat vroeg gebracht hadden. Dat begon gezellig. Uit de kamer naast mij kwam de patiënt die voor mij was geweest, die gezellig naast mij gezet werd, en die me al kletsend veel sterkte wenste. Dat was een goed teken. De man had VEEL meer tijd in beslag genomen dan verwacht, waardoor ik banger was geworden dat mijn behandeling ook langer zou gaan duren, maar dit klonk goed; een vrolijke (ook niet zo oude) man die net de behandeling achter de rug had.
Het personeel was gezellig de kamer voor mij aan het klaarmaken en meldde dat ook, omdat ik te vroeg was, en het klonk allemaal erg gezellig en vrolijk. Ze hadden het nog over het team, dat het liever een vast team was, en ik sloot me daar veiligheidshalve bij aan.
De patiënt voor mij werd weggebracht en ik mocht de kamer in, en moest op het operatiebed kruipen. Dat was een stuk harder dan mijn eigen bedje, en ik heb meteen gezegd dat ik erg bang was voor het stilliggen, maar ook voor mijn rug, die me opspeelt zo gauw ik plat op mijn rug moest liggen.
Ik kreeg een warme deken opgerold onder de knieën en dat was lekker. Verder hebben ze beide liezen gedesinfecteerd met fluorescerend roze vloeistof (ze zeiden erbij dat ze waarschijnlijk toch alleen de rechter gingen aanprikken maar dit was voor de zekerheid), en een schaamlapje van papier aangebracht. Links van mij hing een enorm beeldscherm, van wel anderhalve meter, er was een ring om mij heen waarmee volgens mij de nieuwste 3Dscans gemaakt konden worden (en waar de chirurg (pittige vrouw) nog niet zo blij mee was). Verder nog twee röntgenapparaten voor op mijn borst, en aan mijn voeteneind enkele ramen (ongetwijfeld tegen de straling bestand) waarachter 2 mensen zaten. Bij mij in de kamer de chirurg rechts van mij, een aardige vrouw die me gerust moest stellen en een man die dat ook deed.
Ik kreeg overal plakkers voor de ECG’s en ook twee peddles van aluminiumfolie-stickers om eventueel te kunnen defibrileren. De ene op mijn linkerschouderblad en de ander rond mijn rechtersleutelbeen. Dat vond ik eng, maar ik was nog steeds vrolijk en ging er met goed gevoel in. Over mijn lichaam kwam een heerlijk warme deken. Alleen mijn linkervoet stak uit, en die heeft nog uren als een ijsklompje aangevoeld.
Ik heb nog de vraag gesteld hoe ze toch een plek in een almaar pulserend hart vol bloed konden markeren om dat later stuk te kunnen branden. Het antwoord van de chirurg was; welk beroep oefent u zelf uit? Op mijn antwoord “bouwkundige” zei zij enkel; “dat dacht ik al; een technisch beroep.”
Geen antwoord dus. Ik vroeg ook nog of ze door een ader of slagader gingen. Het antwoord was EERST door een ader proberen.
Het was gezellig, en er werkte iemand niet mee, dus de chirurg zei nog “schiet eens op, mevrouw wil hier vast zo snel mogelijk weer vandaan!” waarop ik eerst volmondig ja zei, maar toen mijn antwoord nuanceerde met “ik heb eigenlijk liever dat het goed gebeurt”.

Aanboren
Ze begonnen met een aantal prikjes in mijn lies ter verdoving. Dat waren normale vervelende verdovingsprikjes, niet veel aan. Toen begon de chirurg met het aanboren van mijn rechter ader.
Ik kon er niets aan doen dat ik mijn rechterbeen meteen optilde, wat niet mocht. Nu moest het weer, en ik moest hem perse stilhouden. Het was een reflex geweest, dus ik heb HEEL veel moeite moeten doen dat been op de tafel gedrukt te houden. Maar dat lukte, en de naald zat erin. Dat was maar heel even vervelend geweest.
Ik was op dat punt nog steeds vol goede moed.
Toen gingen ze de “slang” inbrengen. In eerste instantie leek het naar mij been te gaan; de verkeerde kant op. Dat beaamde ik. Ik heb nog verbaasd uitgeroepen “wat voelt dat grappig!” Je voelt natuurlijk in de aderen niets, maar het eerste stukje ligt nogal onderhuids, en zit vlak onder de zenuwen. Ik voelde het eerste stukje “schuiven” en dat kietelde inwendig heel grappig.
De chirurg stopte om via de röntgen de kijken of hij de goede kant op ging (weet het antwoord niet) en toen ging ze door. Dat was een rotgevoel, en toen was er iemand nodig om mij gerust te stellen door te vragen of ik een vriend had en kinderen en honden en katten…. Blerk, een raar-rotgevoel. Toen de kabel mijn hart bereikt had, moesten ze weer even stoppen, en ik kon alleen maar uitbrengen dat het zo rot voelde, omdat ik em kon voelen zitten in mijn hart! (rechterbovenkant). Dat was raar, dat zou ik niet moeten voelen. Het duurde even dat ik zo moest blijven liggen, en toen gingen ze beginnen.

Foute plek zoeken
Toen gingen ze beginnen. De chirurg ging telkens een plekje aanstippen en dan door middel van een elektrisch pulsje kijken of mijn hart op hol zou gaan. Ik had al verteld dat ik daar het ergst tegenop zag, omdat ik dat vreselijk had gevonden in het hotel destijds.
Wat er gebeurde was: Ze riep een coördinaat naar de mensen achter glas, dan deed ze iets, en dan maakte mijn hart al dan niet een huppeltje. Dat huppeltje werd soms een echte ritmestoornis, maar dan heel kort; zij konden het bedienen en dus ook weer laten stoppen.
Het was eerst niet vervelend, maar bij aanvang al hadden ze gezegd dat ik duizelig kon worden. Dat werd ik dan ook (ben de volgordes wat kwijt). Ik zei dat ik duizelig werd, en dat het erger werd, en ze begonnen over een lage bloedduk, en ik zei nog dat ik dat wel vaker had; een lage bloeddruk. De 1 riep tegen de ander; “ze is bekend met te lage bloeddruk” maar dat moest ik rechtzetten. Ik zei dat ik alleen maar een nette maar lage bloedddruk heb steeds (110/64 oid). Ik werd echt beroerd tijdens (volgens mij) deze procedure, en ze stopten. Vrij in het begin al, waardoor ik dacht; zul je zien dat ze het nu niet kunnen doen en dat ik terug moet komen… L Ik werd weer niet lekker en naar later bleek is mijn bloedduk 1 keer weggevallen (dat is erg laag!). Ik vermoed rond dit punt hier. Ik kreeg het bloedheet, begon te zweten en meldde dat (niemand in mijn buurt he? Heel eenzaam!) De vrouw van het geruststellen kwam naar me toe en gaf me een nat washandje op mijn hoofd. Dat was lekker.
Ik weet niet of ze verder nog iets gedaan hebben, maar toen ging het verder.
Aanprikken, wachten op een hart-van-slag en doorzoeken. Het ophol gaan van het hart was nogmaals niet eng, alleen vervelend. Het was eigenlijk het gevoel dat ik HEEL regelmatig de laatste tijd in bed had, en dat ik altijd heb aangezien voor een aanzet-tot-van slag raken. Dit WAS echter al het boezemfibrileren bleek later! Ik heb dus VEEL meer last gehad dan ik dacht, door de medicijnen heen zelfs!
Afijn, het duurde niet eens zo heel lang dat ze het gevonden hadden.
Tijdens de behandeling vroeg de chirurg me wel eens of het nog ging, en ik vroeg haar een keer of het nog lang moest duren. Toen zei zij; “ik heb de hele dag de tijd, en ook ik heb liever dat het goed gebeurt!”

De chirurg kwam bij me staan en zei dat ik gespannen was als een veer. Dat had ik zelf al geconstateerd; ik lag de schudden en had ongecontroleerde schokbewegingen van de stress. Ze zei dus dat ik iets kalmerends in mijn infuus zou krijgen. Ik heb nog gezegd dat ik al wel valium had gehad (je weet niet wat die doktoren weten he?
) en ik dacht; “welk infuus? Ze hebben me niet aangeprikt”. DOMDOMDOM, ik lag in mijn lies open, een rechtstreekse verbinding met mijn hart!
De chirurg begon dwingend op me in te praten. Ik moest HEEL goed naar haar luisteren. Wat ze hadden gezien was een extra geleidend weggetje (van rechterboezem naar rechterkamer) dat naar mijn AV-knoop leidde. Dat moest onderbroken worden, want dat zorgde voor de ritmestoornissen. Maar… LUISTER NAAR ME, KIJK ME AAN! (riep ze er steeds doorheen, ik was wat suf toen al) het was niet de bedoeling om te dicht in de buurt van de AV-knoop te komen, want dan was de geleiding van mijn hart stuk, en moest ik een pace-maker. Ik vroeg of het risico voor mij nu al verhoogd was op deze pace-maker, en dat was niet zo zei ze.
Ze vertelde nog dat ze zo weinig mogelijk zouden gaan doen, aangezien ze liever niet te veel wegbrandde. Ze zou op het elektrische weggetje zo ver mogelijk van de AV-knoop af beginnen en dan het hele weggetje richting AV-knoop wegbranden tot het voldoende was, en niet te dicht bij die knoop komen.
Ik moest nogmaals HEEL goed luisteren, het was in het allergrootste belang dat ik straks stil ging liggen. HELEMAAL stil. Ik mocht alleen maar gelijkmatig ademen. Ik moest (en dat herhaalde ze allemaal enkele keren) NIET antwoorden op vragen, moest me maar gewoon onbeschoft gedragen, en als ik pijn voelde moest ik mijn ogen dichtknijpen, dat konden ze dan zien op de camera, en dan zouden ze stoppen. Ze wist zelf wel welke plekken pijn zouden doen. Ik heb voor mezelf hardop herhaald wat ik moest doen, en ze leek tevreden. Rustig doorademen, geen beweging, en niet praten. “want”, zei ze, “als jij beweegt dan brand ik verkeerd”. Ze legde nog uit dat zij elke keer “start” zou zeggen. Op dat moment hoorde ik een piep en pas als zij “stop” zei zou de piep en dus het branden stoppen. De sessies zouden zo’n 60 seconden aanhouden.
Brrrrrrrrr
Er moest een slang uit mijn hart, en eentje worden aangebracht. Dat laatste zou tien tellen duren, en ze ging hardop tellen. Het was een rotgevoel, maar ze was er al bij zes. Ik vermoed dat het brandapparaat wat dikker was dan de andere spaghetti-slierten.
Iedereen ging weer achter glas geloof ik, en ik was alleen met de vrouw die mijn hart kapot kon branden.
Ik was al doezelig aan het worden van de extra kalmerende middelen (roesje?) en ik mocht eraan toegeven. Ook toen ik vroeg of ik in slaap mocht vallen mocht dat.

Branden
Het begon en ik vond dit ENG. Maar gelukkig waren de piep-periodes veel korter dan 60 seconden. Ze heeft een keer of 20-25 gebrand, en er waren 2-3 lange keren, en de rest varieerde van 5 seconden tot 20? Ik heb GEEN idee. Het was super-eng, omdat ik zo bang was dieper te ademen. Ik had zo het gevoel dat ik ging hyperventileren… Ik lag naar een richel in het plafond te kijken en probeerde heel erg gelijkmatig te ademen. Zo gauw zij “stop” had gezegd kwam er al weer een “start” dus ik durfde ook tussendoor niet te zuchten. Ik vermoed dat de controlekamer het brandapparaat bediende, en dat daarvoor de commando’s nodig waren. Soms werd er overlegd over de coördinaten, net als ze al hadden gedaan in het zoekonderdeel. Dan hoorde ik uit speakers iemand met haar debatteren over de A16 en de G7. Ik vermoed dat het hart voor hen onderverdeeld was in sectoren, en dat ze op die manier konden “markeren”.
Het engst was dat ze enkele keren paniekerig “stop!” riep, waardoor ik steeds dacht dat ze nu te ver was gegaan, en dwars door mijn hart had gebrand (dat risico bestond echt he?). Vreselijk om te horen…
Het duurde HEEL lang, maar vanuit de controlekamer hoorde ik wel kreten als “het gaat goed” ofzo. Ik denk tegen mij, maar ik mocht niet reageren. Ik heb een keer of 4-5 mijn ogen dichtgeknepen van de pijn, en in totaal voelde een keer of 10 als pijn. Een heel vreemde gewaarwording, en vooral eng. Ik was erg bang in paniek te zullen raken.
Ze controleerden ondertussen een aantal keer met de röntgen (heb HEEL veel gehad denk ik, want ook in de zoek-periode moesten de mensen achter glas gaan staan) en op een gegeven moment stopten ze.
De chirurg kwam weer naar me toe (ik was half slaperig, doezelig, DOODMOE en kapot) en vertelde dat ze nu gingen testen of het al genoeg was geweest. Dat zou 15 minuten duren, en dan brachten ze mijn hart in een steeds hoger ritme.

Testen
Iedereen ging gezellig in de controlekamer zitten (ik kon e soms horen babbelen) en via het infuus kreeg ik een hart-opjaag-middel. Mijn hartslag ging al vrij snel omhoog, maar ik merkte tot mijn grote ergernis een overslag.
En nog een, en nog een. Ik begon te balen, omdat ik vermoedde dat het dus nog niet genoeg zou zijn geweest. En ondertussen joeg mijn hart steeds sneller. Toen ontdekte ik dat er een seconde na elke overslag er een piepje ging vanuit de controlekamer. En dat er in dat overslaan ook een ritme zat!
Na wat voor mij een half kwartier leek, kwam de man naar me toe, om mijn hart via het infuus nog eens sneller te laten gaan. Inmiddels was het al ZO hoog, dat ik moeilijker ging praten. Ik vroeg hem of we al op de helft van het kwartier waren, hij wist niet welk kwartier. Ik zei dat “mevrouw” gezegd had dat het een kwartier zou duren, maar hij vertelde me dat ik maar moest rekenen op eerder een half uur.
<zucht>
Ik vroeg of zij die overslagen deden, en dat was gelukkig wel het geval! Om de 8 hartslagen zorgden zij ervoor dat het 1 keer oversloeg! Dus dat deed ik niet! Het ging hartstikke goed zei hij.
Het infuus ging omhoog en mijn hart ging nog sneller. Ik had de neiging om flauw te vallen, en voelde me echt beroerd. Het was ongeveer weer net als in het hotel in Duitsland, en ik vind het jammer dat ik achteraf niet heb gevraagd tot hoe snel ze het hebben opgejaagd.
De man kwam weer naar me toe en het infuus ging nog hoger. Toen kon ik echt amper nog kon praten. Als hij vroeg of het nog ging, en ik moest eerst in- en uitademen om dan een “ja” eruit te kunnen zuchten. Net als in het hotel. Ik vermoed dat de hartslag RUIM boven de 200 is uitgekomen.
Ondertussen had ik het niet meer, en ik voelde dat ik ofwel flauw zou vallen of in slaap. Een van beide gebeurde, en ik werd (tellen later?) wakker, en merkte dat mijn hart weer normaal was. Zouden ze dat ook middels het infuus geregeld hebben?
Ik werd vrij snel helder (ook via het infuus?) en ik werd door iedereen gefeliciteerd. Het was erg goed gegaan, en de aardige man zei dat hij met vette letters in het rapport zou zetten “ablatie geslaagd”. Daarbij had ik het ook erg goed gedaan.
Ik was ZO opgelucht he?
De chirurg kwam bij mijn gezicht en vertelde dat het goed was gegaan. Dat ze het minimale gedaan hadden en dat het voldoende leek te zijn. Ik had nu litteken weefsel in mijn hart, en er bestond een kans dat dat weer terug zou groeien, maar, voegde ze er luchtig aan toe “dan zien we u hier gewoon weer”. Voor nu zag het er geweldig goed uit. Ook zij feliciteerde me. En ik heb haar eeuwig bedankt en zo. Ik moest maar een weekje thuisblijven, en rustig aan doen. Mijn hart had een marathon gelopen, ook al had mijn lichaam daar niets van gemerkt. (dat waren MIJN woorden na Duitsland!!!!)
Verder zal ik nog lange tijd erg moe zijn, en een half jaar (geloof ik dat ze zei?) last hebben van hartoverslagen. Over drie maand moet ik weer bij de cardioloog zijn, en dan hoor ik wel meer, en krijg antwoord op de vragen die ik nu al heb!
Dat mijn linkervoet geen bloed meer bevatte gaf niet, ik heb em ‘s nachts weer warm gekregen (echt!). De chirurg haalde de kabels eruit door mij heel diep te laten zuchten ofzo, dat was zo gepiept. Toen heeft ze een tijd op mijn lies geleund met haar halve gewicht, en toen hebben ze een knol van een drukverband aangebracht. Ik kreeg het ZO koud dat ik nog wat warme dekens over me heen kreeg en in mijn eigen bedje mocht schuiven zonder mijn hoofd op te tillen en mijn rechterbeen te bewegen (de eerste 3 uur). Ik lag in mijn eigen bed en werd weer naar het halletje gerold. Iedereen blij en vrolijk en feliciteren en zo, en toen ze maar 2 seconden van mijn bed waren begon ik te janken. Iemand schrok en kwam naar me toe, heel lief, met papieren zakdoekjes. Ze vroeg was er was en ik zei dat ik vermoedelijk nog erger gespannen was geweest dan ik zelf al dacht. De aardige man kwam erbij en ik wilde stoppen met janken. Is gelukt. Hij probeerde me af te leiden en las op wat hij daadwerkelijk in zijn verslag had geschreven, en dat de behandeling ook kort (5-6 kwartier) geduurd had, en dat het echt zo ontzettend goed gegaan was.
Toen had ik nog een vraag. Ik zei “als een hart nu zo (handen uit elkaar; een enorme schnitzel aanwijzend) groot is, hoe groot zijn dan de littekens? Puntjes?”
Hij corrigeerde me eerst, en zei dat ik het hart van een varken aanwees. Ik zei snugger; “die zijn toch inwisselbaar?” Ja, maar die geven vaak problemen doordat ze te groot zijn en bij mensen organen wegduwen. Hij balde zijn (grote) vuist en zei dat een hart die grootte had. De littekens waren zo groot als het oppervlak van zijn (best wel dikke) pink. Daar schrok ik wel van; dan is er een behoorlijk deel van mijn hart nu litteken weefsel!
Maar goed, het huilen stopte, ik werd al snel naar de afdeling gerold, waar ik ondanks alle bezoek (niet voor mij) een uur heel diep heb geslapen (nadat ik iedereen een geruststellend smsje gestuurd had).
Ik merkte nog wel dat ik niet moest gaan nadenken over dat ze in mijn hart hadden zitten wroeten, want dan voelde ik de tranen al weer opkomen.
Na 3 uur mocht ik mijn hoofd weer optillen en iets rechtop zitten (ook om te eten, ik was nog nuchter en het was al half zes?). Rond tien uur ging het drukverband eraf, en ik bleek nog 2 druppeltjes gebloed te hebben, terwijl er op de operatietafel een flinke plas had gelegen. Het sneetje (twee; omdat ik de eerste keer bewoog???) is hoogstens 2 mm breed en ziet er prachtig uit! Niet eens een blauwe plek eromheen, wat aangeeft dat de chirurg het goed heeft afgekneld met haar gewicht.
Mijn hartslag was steeds keurig regelmatig, wat niet het geval was geweest VOOR de behandeling; dan moesten de verpleegsters steeds een tijdje puzzelen om te kijken wat ze op zouden schrijven…
Het voelt alleen nog een beetje als een blauwe plek, wat prettig is, want dan voel ik echt dat ik wat mankeer. De eerste dag (en gister nog een beetje) had ik een “beurs” hart. Alsof het gekneusd was, wat misschien ook wel zo was.
Ik blijf het idee vreselijk eng vinden, dat ze in mijn hart hebben zitten branden. Ik heb nu wel antistolling, omdat er tijdens het branden stolseltjes hebben kunnen ontstaan, die moet ik 6 week blijven slikken. De bètablokkers ben ik van af! J Wat me toch ook geraakt heeft is dat ik veel meer last heb gehad dan ik eigenlijk dacht! Ik had zo vaak ’s avonds in bed dat rare gerammel met twee ritmes door elkaar, maar dat WAS al dat boezemfibrileren blijkt nu! Dwars door het gebruik van de bètablokkers heen.
Ik ben OPGELUCHT!!!!!! En hoop dat het voor de rest van mijn leven gerepareerd is!

Posted by Barbara van der Dussen on Jun 26, 2009 in
gedicht
Zuchtend staar ik voor me uit
de pen in mijn mond
de koffie haast koud.
Het papier is leeg
mijn nagels op
de plantjes moeten water.
Krampachtig knijp ik mijn ogen dicht
om de grijze klei
het vlakke land.
Haast kale bomen,
schapen dik gekleed
een lucht zonder kleur.
De blik weer naar buiten
een meeuw zoeft links-rechts
de stenen zijn nat.
Mijn uitzicht wordt inzicht:
ik blijf wel binnen.
het papier is al vol.
Posted by Barbara van der Dussen on Jun 26, 2009 in
tikkie!
Een beetje onwennig stak Jurgen de sleutel van Joop en Maria in het slot.
Het was vijf voor twee, hij was mooi op tijd. Wel was het vreemd om zomaar het huis van zijn oom en tante binnen te gaan terwijl hij wist dat ze er niet waren.
Hij sloot de voordeur achter zich, en liep de hal in. Aan de linkerkant was de woonkamer, aan de rechterkant de deur naar de cafetaria. Die ging hij binnen.
Het was er donker. Even aarzelde Jurgen. Toen deed hij de lampen aan, en zette de radio op zijn zender. Dus NIET die waar Joop altijd naar luisterde.
Hij keek om zich heen. Dit voelde al beter.
Het was lekker weer, dus hij zette de deur naar het plaatsje achter open. Het zou nog een uur duren voor hij de voordeur open kon zetten.
Hij begon met het controleren van de voorraden. De vitrine was tamelijk leeg, die moest hij eerst maar eens vullen.
Fluitend en zingend ging hij aan de slag.
Eigenlijk was er niet veel aan.
Hij haalde een doekje over de tafels en controleerde de kassa. Daar zat niet zo veel in, maar Jurgen besloot niet naar de pinautomaat aan de overkant te gaan. Meestal betaalden de mensen met klein geld, en de kassa zou zo weer vol zijn. En anders moesten de klanten zelf maar pinnen.
Om tien voor drie was hij klaar met de voorbereidingen.
Hij opende de deur, het bordje “gesloten” bungelde met de beweging mee. Hij liet het nog maar even zo hangen, straks zou hij het omdraaien. Hij haalde de ketting van de stoeltjes op het terras en maakte de boel daar ook even schoon. De parasol kon naar buiten, hij nam een blikje cola uit de koeling en ging tevreden in één van de stoeltjes zitten. Het vet stond aan, het feest kon beginnen. Uitbater Jurgen was er klaar voor.
Het was zaterdag, en behoorlijk druk op het dorpsplein. Mensen met volle boodschappentassen liepen heen en weer naar hun auto’s. De geur van gebakken vis kwam nu nog over de geur van de zaak heen. het zou niet lang duren voor de patatlucht zou overheersen.
Maar dit was ook best lekker.
Er liep een chagrijnige man met grote passen voor hem langs met in beide handen een kratje bier. Een kleuter hobbelde achter hem aan. ‘Schiet nou eens op!’ riep hij naar het knulletje dat moeite had hem bij te benen terwijl hij tegelijkertijd probeerde zijn vale langgerekte knuffel bij zijn neus te houden.
Van de andere kant kwamen drie giechelende meiden. Ze waren een jaar of veertien en hadden het duidelijk over hem. Jurgen pakte ongemakkelijk zijn blikje cola op en dronk het in één teug leeg. Hij stond op, en bedacht zich dat hij de prullenbakken nog moest legen.
Hij draaide het bordje op de deur om en ging binnen achter de toonbank tegen een kruk hangen met een plaatselijk krantje. Het kon nog uren duren voor er iemand een bestelling kwam doen.
Zestien ijsjes, één wisselgeldprobleem en zeven kwartier later ging de telefoon. Er was gelukkig net even niemand in de zaak.
Het was Maria.
‘Hoe gaat het jongen?’
‘Ja, goed. Hoe is het met oom Joop?’
Maria zuchtte. ‘ We zitten nog steeds op de eerst hulp, het is druk, we zijn nog niet aan de beurt geweest. Maar denk je dat jij het redt?’
‘Natuurlijk!’
‘Want het zal wel laat worden hoor…’
‘Geen probleem, ik red me wel!’
‘En anders bel je Angela hoor! Ze weet er van!’
‘Komt helemaal goed. Ik zie jullie straks wel.’
Op dat moment kwam er een vrouw met twee dochters binnen.
‘Ik moet gaan, er komen klanten binnen.’
‘Goed jongen, ik ben erg blij met je hoor!’
Jurgen lachte wat. ‘Dank je wel. En tot later!’
Hij wendde zich tot de klanten; ‘zegt u het maar…’
Het liep tegen elven. Jurgen had het druk gekregen. Rond een uur of zes was het zo druk dat hij er even over gedacht had Angela te bellen. Hij had het niet gedaan. Het was ook eigenlijk te druk geweest om te bellen. Er waren wel steeds mensen die naar de zaak belden. Dat was wel lastig in je eentje. Dan was hij net een bestelling aan het opnemen als de telefoon ging. Hij liet hem vaak maar rinkelen, het waren toch mensen die snel klaar wilden zijn en niet in de zaak wilden wachten op hun bestelling. Dus het was ook niet helemaal eerlijk eigenlijk.
Rond een uur of zeven was het minder geworden, toen had hij even de tijd gehad de zaak wat op te ruimen, de parasol binnen te zetten en de vitrine bij te vullen, en zelf een hapje te eten.
Maar nu liep de schreeuwerige plaatselijke jeugd in en uit. Ze hingen wat op het terras met hun mobieltjes die keihard blikken muziek over straat lieten schallen, het liefst tegen elkaar in, en kwamen binnen voor een pakje sigaretten, een biertje of een frikandel.
Jurgen voelde zich niet echt op zijn gemak. De klanten waren nu ongeveer van zijn leeftijd en kenden elkaar allemaal. Ze maakten geintjes over elkaar die hij niet begreep, en waren tamelijk vervelend.
Toen kwamen er zes mensen tegelijk de zaak binnen. Het waren de zes van de camping.
‘Jo gozer!’
Jurgen keek de jongen aan die dat gezegd had.
Het was inderdaad voor hem bedoeld. Hij reikte naar zijn kladblokje en pen en knikte met iets dat op een glimlach zou moeten lijken.
De jongen had zich al weer omgedraaid naar de rest. ‘Plunderen jullie even de bierafdeling?’ zei hij naar achteren. ‘… En wat moeten jullie hebben?’
Ze schreeuwden allemaal door elkaar. Jurgen schreef nog maar niets op. ‘patatje oorlog,’ riep iemand met zijn hoofd in de koeling, ‘twee frikandellen en een berenlul’. Er werd gelachen. De jongen die dat gezegd had kreeg een harde stomp tegen zijn schouder van zijn vriend. ‘Een berenhap dan’. ‘Doe mij een patatje mayo!’
Jurgen begon maar wat mee te schrijven.
Na veel geroep en gelach werd het even stil.
Jurgen stak zijn potlood in de lucht.
‘Ik heb genoteerd,’ begon hij. De groep werd wat stiller, maar er was één irritante jongen bij, die zijn blikje bier al open had getrokken die zijn vinger pestend omhoog hield. Om Jurgen na te doen met zijn potlood.
Jurgen liet zijn hand wat zakken en las de lijst voor.
‘twee patat oorlog, drie patat mayo, vier frikandellen, 1 berenhap, 4 kroketten en een eierbal. En hoeveel bier hebben jullie gepakt?’
‘Nul!’ riep de irritante jongen, terwijl hij het blikje achter zijn rug hield en een knetterharde boer door de zaak liet galmen.
Eén van de rustiger jongens stapte naar voren. Hij veegde zijn donkerbruine krullen uit zijn ogen en gebaarde naar het briefje van Jurgen. ‘Geef es?’
Jurgen aarzelde. Waarom moest dit stel sukkels nu net komen als hij er alleen voor stond?
De jongen knipte met zijn vingers en Jurgen gaf hem toch het briefje maar.
Er klonk nog ergens het geluid van een opengetrokken blikje. En de koeling stond nog open zag Jurgen. Hij zei er maar even niets van.
‘Jaap, wat had jij nou?’ De jongen voor aan de toonbank duwde de irritante jongen die Jaap heette zo hard aan dat die zich verslikte in zijn bier. Dat vonden ze kennelijk allemaal erg grappig. De jongen moest zo hoesten dat hij het blikje niet meer onder controle had, en er behoorlijk wat uit liet lopen.
‘Drankmisbruik!’ gilde een blonde meid. Haar nog blondere vriendin kwam niet meer bij.
De jongen voor bij de toonbank las het briefje nog eens goed, sloeg ondertussen zijn vriend met en galmende klap op zijn rug, zogenaamd om hem van het hoesten af te helpen, en gaf het toen terug aan Jurgen.
Zet er nog maar een broodje hamburger en een kroket bij. Dat krijgen we wel op.’
‘En zes bier?’ vroeg Jurgen.
‘Zet er eerst maar zes neer ja. Kan wat meer worden.’
Jurgen draaide zich om naar de frituurbakken en liet de bestelling rustig in de netten zakken.
Hij nam zich voor zich niet gek te laten maken, en vulde de lege bakjes met klodders mayonaise en pindasaus. Ook de zakjes deed hij open en legde klaar voor gebruik. Hij trok zich zo min mogelijk aan van het geschreeuw en gegil.
Op het moment dat hij één van de netten omhoog haalde om te controleren of de frikandellen al klaar waren klonk er een enorme klap. Jurgen schrok zich dood en kon het net maar amper laten zakken zonder het kokende vet over zich heen te krijgen.
Hij draaide zich geschrokken om en zag dat er drie mensen over een omgevallen tafeltje op de grond lagen. De twee blonde meiden lachten zich helemaal slap, maar de jongen met de donkere krullen die onderop lag had zich kennelijk pijn gedaan.
‘Klootzak!’ riep hij naar de irritante jongen die nog rechtop stond. Hij wreef over zijn hoofd, en keek bepaald niet blij. Een donker meisje en een rustige jongen lagen ook op de vloer en krabbelden omhoog. Samen hielpen ze de jongen overeind.
Gelukkig, Geen ernstig gewonden. Jurgen zag dat er op een tafeltje dat nog rechtop stond meer dan zes blikjes bier stonden, hij zou ze zo eens vragen hoeveel ze nu gehad hadden.
Met dat hij zich weer om wilde draaien naar de frituurbakken zei de irritante knul; ‘waar sta jij zo dom naar te kijken?’ Het was tegen hem.
Heel even keek hij de jongen aan, die ongeveer net zo oud was als hij, toen draaide hij zich maar om.
Gatver, Jurgen vond er niets meer aan. Hij haalde snel de frikandellen uit het vet en hield zich bezig met de bestelling.
‘Wat ben je ook een klootzak he? ik zit helemaal onder het bier!’ Jurgen keek maar niet. Zakjes open, bakjes erin schuiven…
‘Pak eens een doekje!’ hoorde hij achter zich commanderen. Moest hij nu reageren?
Eerst de patat eruit. Dan kijken.
het was wel stiller geworden achter hem. Hij durfde zich om te draaien.
De brutale jongen stond aan de toonbank, met een vreselijk kwaad gezicht. ‘komt er nog wat van?’ vroeg hij.
Op dat moment gin de deur van de zaak open en kwam Marie binnen, die Joop op krukken ondersteunde. Met schelle stem zei ze; ‘Wat is hier aan de hand?’
Posted by Barbara van der Dussen on Jun 26, 2009 in
tikkie!
Gapend rekte Jurgen zich uit.
Hij hing in zijn doorgezakte kampeerstoeltje, waar nog maar één stoffen leuning aan zat.
Het was half twaalf, hij had uitgeslapen tot de zon zijn tent opgewarmd had en hij er wel uit moest.
Voor hem stond het tafeltje met daarop een half brood en een pot pindakaas, en naast hem stond binnen handbereik het campinggasje met een keteltje water dat bijna kookte. Bij gebrek aan cola moest hij de dag maar beginnen met poederkoffie en een lading suiker.
Jurgen keek om zich heen. Hij zat voor zijn tentje, met zijn gezicht in de zon. Het gras was geler dan de bomen rondom het veld. De vogels floten hem om de oren. Verder was het stil.
Hij kon het hele veld overzien. Een stukje verder links van hem stond een tentje met twee fietsen tegen een boom. Daar zat een verliefd stel van een jaar of vijfentwintig in. Hij had ze een paar keer gezien, als ze gearmd en zoenend over de camping liepen, verder waren ze aan het fietsen of ze lagen zoals nu in de tent. Links in de hoek, ver van hem af stond een grote tent met veel scheerlijnen. Daarin kampeerde een gezin, met drie kleine kinderen, die veel heen en weer renden en heel hard schreeuwen. Maar nu waren ze er niet. De auto stond er ook niet en hij was niet wakker van ze geworden vanochtend.
Rechts van hem stond een man alleen. Een beetje een vreemd type. Hij was nu weg op zijn racefiets, maar verder had Jurgen hem alleen maar voor zich uit zien staren en wat in een schriftje zitten krabbelen.
Het water kookte. Jurgen boog zich over naar het keteltje, draaide het gas uit en schonk zich een kopje koffie in.
Hij hoefde pas om drie uur te beginnen, hij had dus nog een paar uur voor de boeg.
En geen idee wat hij zou gaan doen.
Op het moment dat hij zes witte boterhammen met pindakaas en drie bekers zoete koffie op had klonk er van achter hem kabaal.
Een groep mensen kwam joelend en schreeuwend zijn kant op.
Jurgen stond op om zijn etensresten op te ruimen en keek nieuwsgierig over zijn koepeltentje heen.
Een man of acht kwam zijn kant op.
Allemaal mensen van zijn leeftijd ongeveer, en ze sleepten enorme bulten bagage met zich mee. Twee van hen sleepten een grote donkergroene zak achter zich aan waar waarschijnlijk een enorme tent in zat. Er liep iemand met een langwerpig pakket dat kletterde als tentstokken als hij ermee door een kuil ging, en de rest had rugzakken, slaapzakken, zelfs een koffer op wielen en nog veel meer dat ze letterlijk achter zich aan sleepten.
Jurgen had zijn ontbijtspullen in de tent gezet en pakte een willekeurig boekje uit zijn tas om ermee buiten te gaan zitten. Hij was benieuwd waar ze zouden gaan staan.
De voorste twee lieten midden op het veld de tent vallen. Dat was wel heel erg dicht in de buurt van Jurgen. Er ontstond meteen een discussie over wie waar wilde staan, die Jurgen aandachtig vanuit zijn ooghoeken volgde. Twee meisjes begonnen al rokend een rondje om de buitenste rand van het veld te maken. Ze gaven keihard commentaar op bulten en kuilen in het gras, en of er al dan niet mensen zouden staan waar ze last van zouden kunnen krijgen.
Uiteindelijk besloten ze hun kamp op te zetten op de meest logische plek; rechts in de hoek, waar nog de meeste ruimte was. Jurgen had van over zijn boek goed zicht op wat ze aan het doen waren.
Er kwam inderdaad een enorme ouderwetse bungalowtent tevoorschijn, die niet al te voorzichtig opgezet werd, met het nodige duw-, trek- en stompwerk. Het was geen groep die zich veel van de omgeving aantrok, dat was duidelijk.
Na de bruingroene bungalowtent die scheef kwam te staan omdat er een halve stok ontbrak volgden nog twee kleinere tentjes.
En toen moesten er luchtbedden opgeblazen worden. Er lag al één jongen met rood hoofd bewusteloos te spelen, terwijl een meisje probeerde de sigarettenrook die ze zorgvuldig inhaleerde in een matras te blazen.
Jurgen overwoog zijn pompje aan te bieden, maar had eigenlijk geen zin zich met het stel te bemoeien. Onbewust was zijn tevreden ochtendhumeur wat gezakt. Hij moest denken aan vorig jaar. Toen hij met een vergelijkbare groep op deze zelfde camping gestaan had.
Zonder moeite zag hij ze voor zich. Haas en Esmee, die onafscheidelijk waren. Haas met zijn smalle lenige lichaam, die steeds maar weer zijn spierballen wilde laten zien. En Esmee, met haar tengere figuurtje. Hij vroeg zich af of ze dat nog zouden zijn, een jaar later nu. Vorig jaar waren ze continu als één man, behalve als Haas aan het hardlopen was, of andere oefeningen deed om zijn figuur nog sportiever te laten lijken.
Ze hadden samen een tentje gedeeld, en liepen de hele dag verliefd rond. Het is dat het erg goede vrienden waren, anders waren ze knap irritant geweest. Nee, ze deden gelukkig wel mee met alle dingen die ze samen deden. Hij bedacht zich hoe ze het stel altijd aanspraken. “ga Es-mee Haas…” Hij grinnikte even in zichzelf.
En dan Kathy, gezellige Kathy, die overal rust bracht waar ze kwam. Gewoon een lieve meid, die elke onenigheid bij voorbaat af wist te weren. Hijzelf kende niemand die van nature zo subtiel was als zij. Ze voelde iedereen altijd precies aan, en wist degene die erbuiten dreigde te vallen overal bij te betrekken. En met een kwinkslag wist ze een ruzie te voorkomen.
Verder was er nog Pim, zijn vriend vanaf de lagere school. De eeuwige chaoot die altijd wel wat kwijt was, als een kip zonder kop rond liep, of druk aan het sms’en was met de halve wereld. Hij zag er altijd uit als een halve zwerver. Zijn haren te lang en in de war, zijn kleren gekreukeld en vies, en zelfs als de mensen keken durfde hij uit zijn neus te eten.
En dan had je Floor nog. Mooie stoere Floor, met haar donkere uiterlijk. Eeuwig met een shagje in haar beringde slanke handen. De zwarte nagellak, haar donkere kleren en mysterieuze uitstraling. En haar vreselijke ochtendhumeur.
Jurgen zuchtte.
Op dat moment ging zijn gsm af.
Hij legde zijn boek op de grond en liep op zijn tas af, vanwaar de luide ringtone klonk. Na wat graaien had hij het lichtgevende ding gevonden.
Het was Maria zag hij. Hij keek snel op zijn horloge terwijl hij de mobiel openklapte. Hij hoefde toch nog niet te werken?
‘Met Jurgen.’
De hoge stem van Maria klonk gehaast door de telefoon.
‘Luister Jurgen,’ kwam ze meteen ter zake, ‘Oom Joop is gestruikeld en zijn voet ziet er niet goed uit. We gaan voor de zekerheid even naar het ziekenhuis, kun jij je zelf redden straks als wij nog niet terug zijn?’
‘Ja..?’ aarzelde Jurgen. Hij wist wel waar alles stond en hoe het moest, maar hij had nog nooit helemaal alleen in de cafetaria gestaan.
‘Als het druk wordt dan moet je Angela maar bellen, die wil wel helpen, ik heb haar al gebeld, goed?’
Goed. Natuurlijk kon Jurgen het wel alleen. Angela was okay, maar hij voelde zich nooit zo op zijn gemak bij haar. Ze was in de veertig, en hielp wel vaker in de zaak, en hij kreeg naast haar altijd het gevoel dat hij het niet goed deed.
‘Nee, natuurlijk lukt me dat! Maar hoe kom ik erin?’
‘Ik geef even de sleutel af bij de buren, en zeg dat jij hem komt halen goed? Kom je dan wat vroeger? Om wat voor te bereiden? het spijt me echt jongen, maar het kan even niet anders.’
‘Ja, nee, natuurlijk! Gaat helemaal goed komen. Maak je geen zorgen, en wens oom Joop sterkte!’
‘Zal ik doen, en als het lang duurt dan bel ik je nog goed? Dan gaan we nu snel hoor! Dag lieverd!’
‘Dag.’
En weg was ze.
Jurgen legde zijn mobiel op het tafeltje voor zich. Hij dacht even na en keek weer op zijn horloge.
Het was nu half twaalf geweest. Normaal gesproken begon hij om drie uur, maar Joop en Maria waren dan altijd al bezig met voorbereidingen. Hij wist eigenlijk niet of de zaak al schoongemaakt was, en hoe lang het duurde voor het vet heet was.
Hij moest maar zorgen dat hij er voor twee uur zou zijn.
Hij schonk zichzelf nog een lauw kopje vieze koffie in en besloot eerst maar eens naar de winkel te gaan. Dat hij voor morgenochtend een fatsoenlijk ontbijt had. Met cola.
Posted by Barbara van der Dussen on Jun 26, 2009 in
tikkie!
‘Patatje pinda en een frikandel speciaal graag.’
Jurgen legde zijn pen neer. De kleinere bestellingen onthield hij zo wel.
Het meisje dat de bestelling gedaan had draaide zich om en ging aan een tafeltje zitten.
Jurgen bekeek haar terwijl hij de frikandel insneed. Het was een mooi meisje, met lang donker haar. Ze was wat ouder dan hij. Ongeveer achttien waarschijnlijk.
Hij liet de frikandel voorzichtig in het kokende vet zakken, schepte een portie patat in een andere bak en keek de zaak weer in.
Ze was de enige klant. Het was dan ook vroeg. Half vijf nog maar.
‘Hier opeten, of meenemen?’ vroeg hij.
Ze keek verstrooid op van de krant die voor haar lag. ‘Eh… ik eet het hier wel op.’
Jurgen pakte een bord van de plank, en een mes en vork die al in een servetje gerold zaten en legde het klaar op de toonbank.
Ineens ging met een bonk de deur van de opslag open.
De oom van Jurgen kwam met zijn kont eerst de zaak binnen, een emmer mayonaise achter zich aanslepend.
‘Die is zo op. Je weet nog wel hoe je er een nieuwe onder moet zetten toch?’
‘Ik weet alles nog precies hoor! Ik moet alleen de prijzen even opnieuw leren.’ Alsof hij niet meer zou weten hoe je een lege emmer door een volle vervangt!
Joop zette de emmer in een hoek, knikte glimlachend naar Jurgen en liep naar de radio.
‘Nee he?’ lachte Jurgen zuchtend.
‘Let jij nu maar op je patatten!’ Joop zette met een brede glimlach de radio aan. Onmiddellijk schalde er een Nederlandse hit door de zaak. Jurgen kreeg een klap op zijn schouder. Zijn oom verdween weer in de opslagruimte, en hij was weer alleen in de zaak.
Met het meisje dan. Ze had hun bewegingen gevolgd en glimlachte naar hem.
Jurgen draaide zich om naar de radio, zette hem af en controleerde de netten die in het vet hingen.
Tegen half zes was het een stuk drukker.
Joop en Maria waren bij hem achter de toonbank gekomen en dat was nodig ook. Jurgen wist nog wel hoe alles moest, maar de snelheid had hij nog niet terug. Ze liepen elkaar gezellig in de weg.
Het was vrijdag, en dat was samen met zaterdag de drukste dag van de week.
Hij was blij dat hij dit jaar weer besloten had hier te komen. Dit was nu het zevende jaar dat hij in de zomer ging logeren bij Joop en Maria. De eerste keer was hij net twaalf geweest, en zijn moeder had hem met de auto gebracht, ook al was het hemelsbreed maar een kilometer of vijftig.
De keren er na was hij alleen met de trein gegaan. Omdat hij dat stoer vond. En vorig jaar was hij met de fiets gekomen. Tentje mee, slaapzak en matrasje achterop. Eerst had hij drie week bij zijn oom en tante gewerkt, en toen waren zijn vijf beste vrienden hem achterna gekomen op de fiets, en hadden ze met zijn allen op de camping hier in het dorp gestaan. Gewerkt had hij niet meer.
Hij zuchtte even toen hij daaraan terugdacht. Hij had er dit jaar toch even over getwijfeld of hij wel weer zou komen, maar het was een goede keus geweest. Ook al was dit zijn eerste dag, dat kon hij voelen!
‘Wie heeft de muziek nou weer uitgezet?’ riep zijn oom naar hem en Maria.
Jurgen lachte. Ook dat was hetzelfde gebleven. ‘Hij staat al een half uur uit, je hebt die herrie nog niet eens gemist!’ Hij kreeg een knipoog van Maria. Deze keer had zij hem uitgezet.
‘Drie patat mayo, twee broodjes kroket en twee kaassoufflés?’ riep hij door de zaak.
Om een uur of zeven besloot Jurgen zelf wat te eten. Hij was gek op patat, en begon zijn eigen maaltijd klaar te maken. De eerste dagen at hij zich altijd helemaal klem in het vette voer, maar al gauw kon hij geen patat meer zien en ging hij als vanzelf over op sinaasappels, bruin brood met kaas en lekkere stukken vlees.
Zijn oom was even in huis verdwenen. De zaak was aan de voorkant tegen het huis gebouwd, en stak een eindje uit richting straat. Misschien ging hij ook een hapje eten, of naar de wc.
Maria was bezig de tafeltjes af te nemen en de keuken wat schoon te maken. Ze neuriede erbij.
‘Jongen, ik vind het gezellig dat je er bent!
En als je hier wilt slapen kan dat altijd hè?’
Daar hadden ze het over gehad, maar hij ging toch liever gewoon op de camping staan.
‘Nee,’ zei hij. ‘maar ik wil straks wel even lekker douchen bij jullie!’
De douches op de camping vond hij altijd wat vies. Die gebruikte hij alleen als het niet anders kon. Maar na een dag boven het frituurvet hangen stonk hij echt. Dan was een douchebeurt geen overbodige luxe.
Ze knikte.’ Je weet waar de handdoeken liggen.’
Hij schepte zijn maaltijd op een bord en pakte een blikje cola uit de koeling.
Hij zocht een plaatsje niet te ver van de keuken en ging er zitten.
‘Heerlijk,’ zei hij terwijl hij nog geen hap gegeten had.
Maria kwam bij hem zitten. Er waren nu toch geen klanten meer.
Hij schoof zijn bord uitnodigend naar haar toe, maar ze weerde af. Anders dan haar figuur deed vermoeden at ze nooit patat. Het enige dat ze wel eens uit de winkel nam was een broodje kroket.
‘Hoe is het eigenlijk op je nieuwe school?’ vroeg Maria.
Jurgen slikte een hap door.
‘Leuk!’ Dat meende hij. Het was hem alleszins meegevallen.
Hij was na mavo vier in de stad overgegaan naar havo vier op deze school . Hij kende er bijna niemand. Alleen een paar jongens die op de andere voetbalvereniging in zijn dorp zaten, en een klein groepje dat hij van gezicht van het uitgaan kende.
‘Is het moeilijk?’ vroeg Maria weer.
‘Nee, dat valt wel mee. Het is allemaal wat meer, maar het is niet echt moeilijk.’
‘Dus volgend jaar weer de vlag uit bij jullie?’
‘Dit jaar voor Marije, als het goed is.’
‘O ja, die vergat ik haast. En wat gaat zij hierna doen?’
‘Medicijnen of fysiotherapie.’
‘En jij?’
Hij haalde zijn schouders op.
Vorig jaar was hij van plan geweest om een mbo opleiding te gaan volgen, maar na de zomervakantie wilde hij dat niet meer. Omdat hij niet goed wist wat hij wel wilde was hij maar havo gaan doen.
‘Ik weet het nog niet. Ik heb nu nog twee jaar de tijd om erover na te denken.’
‘En die vrienden van vorig jaar?’
Weer haalde hij zijn schouders op. ‘Allemaal in de stad gebleven.’
Hij had geen contact meer met ze gehad sinds vorige zomer. Na een tijd had hij een nieuw telefoonnummer gekregen, hij had msn en hyves van de computer gegooid en had niets meer van ze gehoord.
Het belletje van de deur ging. Er kwam nog een klant binnen.
Jurgen veegde snel zijn mond af aan zijn servet, maar Maria legde haar hand op zijn arm en zei; ‘ik ga wel.’
Jurgen keek om, en zag dat hetzelfde meisje van die middag weer binnenkwam. Met haar mooie ogen en donkere haren.
Hij merkte dat hij haar aan zat te staren.
‘Honger,’ zei ze verontschuldigend.
Jurgen moest lachen en Maria zei; ‘zeg het dan maar!’
Ze bestelde een broodje hamburger speciaal en ging aan het tafeltje naast dat van Jurgen zitten.
De kranten waren net door Maria weggelegd, het meisje keek vrolijk om zich heen.
‘Ik ben blij dat het je in ieder geval smaakt,’ zei Maria.
‘Heerlijk!’ antwoordde ze met een haast overdreven uithaal.
Jurgen glimlachte en at rustig verder. Het was ook lekker!
‘Sta je op de camping hier?’ vroeg Maria.
Jurgen keek op. Hij had haar daar nog niet gezien, maar was zelf ook gister pas aangekomen.
Het meisje knikte alleen maar.
‘Jurgen hier ook,’ babbelde Maria vrolijk verder. ‘Dat is een vaste klant van de camping inmiddels, nietwaar Jurgen?’
Voordat Jurgen ook maar antwoord had kunnen geven vroeg Maria; ‘zes jaar nu?’
Jurgen knikte.
Hij had zijn eten op, goot het restje cola door zijn keel, liet binnensmonds een boer en begon zijn rommel op te ruimen.
Toen hij opstond merkte hij dat het meisje hem aandachtig bekeek.
‘Zal ik de even vloer vegen?’ vroeg hij Maria.
Ze wimpelde hem af.
‘Niet nodig joh! Ga lekker douchen en op tijd naar bed! Vanavond zal er niet veel meer komen, maar morgenavond wordt het druk.’
Dat was waar. Op zaterdagavond kwamen er altijd nog laat jongeren binnen die de alcohol wilden dempen met een vette laag in hun maag.
‘Goed,’ zei hij, en liep naar de deur die naar de woning leidde, ‘dan doe ik dat.’
‘Tot morgen!’ zei Maria.
Het meisje keek hem aan en knikte. Hij stak zijn hand even naar haar op.
‘Tot ziens,’ zei ze.
Posted by Barbara van der Dussen on Jun 26, 2009 in
gedicht
Het is al laat
het boek gaat dicht
het licht dat is al uit
de regendruppels tikken
hard-zacht tegen de ruit
maar met mijn ogen dicht
zie ik maar steeds de jouwe
hoe lief je naar me kijkt
je zachte trotse lach
brengt onrust in mijn lijf
het duizelt me
de slaap is weg
mijn hart slaat hoog en hard
mijn vingertoppen tintelen
mijn lichaam is verward
een warm lijf
in een koud bed
ik kruip weg hier op mijn helft
de nacht brengt doodse stilte
maar nog niet in mij zelf
ik moet het doen
met beelden
verankerd in mijn hoofd
met bloed dat door mijn lichaam raast
en mij toch nog verdooft
en in mijn droom
je zachte lijf
een zoen met ademnood
dan schuil ik in je warmte
en wens dat ik daar blijf
Posted by Barbara van der Dussen on Jun 25, 2009 in
gedicht
Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start blogging!